Hét kerstverhaal

De oude Jacob schuifelde naar het grote raam, waar zich aan de buitenkant een klodder sneeuw had vastgeplakt en waar de ijspegels aan de dakgoot gestaag groeiden, om maar eens goed in te prenten dat het nu toch echt winter was geworden. Hij keek naar de enorme kerstboom op het dorpsplein waar hij al meer dan veertig jaar woonde. Op het plein waren de dorpskinderen aan het spelen, sneeuwballen gooiend en uitbundig lachend om een ander kind dat voorover in de sneeuw viel en huilend om zijn moeder riep. Dat zag hij graag, gelukkige kinderen.

Hij liep naar de open haard en gooide er nog maar eens een paar houtblokken in. Hij dacht aan zijn vrouw Marie, want die zorgde vroeger dat het vuur bleef branden.  Hij kreeg tranen in zijn ogen. Marie was een paar maanden eerder opgenomen in een verzorgingstehuis, want het lopen ging haar op het laatst niet goed meer af en hij was te oud en te stram om haar nog de trap op te sjouwen naar de slaapkamer, of om haar rolstoel voort te duwen. Nu kon hij wel iemand in huis krijgen die deze taken over zou nemen, maar zijn pensioentje en AOW waren niet voldoende om zo iemand te kunnen betalen.

Hij besloot om een stukje te gaan wandelen. Buiten kwam hij Ahmed met zijn vrouw tegen, Ahmed was een vluchteling uit één van die landen waar wapens belangrijker worden gevonden dan voedsel en veiligheid voor de bevolking. Hij kende Ahmed goed, want die woonde al zo'n twintig jaar in 'zijn' dorp en heeft, in het kader van de gezinshereniging, zijn vrouw na een paar jaar over laten komen. Ahmed was ondertussen een welvarend en rijke man geworden, hij had al snel een eigen, goed lopend bedrijf opgestart.

Ze maakten een praatje en Ahmed vroeg hoe het met hem ging sinds Marie niet meer bij hem thuis woonde. "Ach, het is nu bijna kerstmis. Dan moet ik altijd denken aan alle kerstdagen die wij samen in gezelligheid hebben doorgebracht, dat zijn we nu allebei kwijt en die mooie tijd komt nooit meer terug." Hij snikte en liep zijn warme huisje weer in.

Hij schonk maar eens een groot glas wijn in en nam een gulpende slok. Zijn gedachten gingen terug naar de betere tijden. Het samen bij het haardvuur zitten met een lekker drankje, de gedekte tafel met kalkoen, die Marie zo verschrikkelijk lekker kon braden, de kerstboom die alleen maar gezelligheid uitstraalde en  haar schaterende lach, als hij weer eens iets leuks vertelde.

Op het fornuis stond een braadpannetje met een stukje kip te sudderen. Dat ging hij straks opeten, met een gekookt aardappeltje. Hij had zich voorgenomen om op kerstavond vroeg naar bed te gaan, gezellig zou het tóch niet worden, want de tv brengt alleen maar films die Marie leuk vindt en die was er die avond niet. Toen hij klaar was met de kip en aardappelen liep hij moeizaam naar boven, kleedde zich uit en trok zijn pyjama aan en kroop onder de warme dekens.

Hij lag al geruime tijd naar het plafond te staren omdat hij de slaap niet kon vatten, toen de deurbel ging. Hij haastte zich de trap weer af, opende de deur en Ahmed stapte binnen. Hij had een doos in zijn handen en gaf die aan Jacob. Asjeblieft, zei hij een beetje lachend. Dit is door je vrouw gekocht, speciaal voor jou! Jacob opende verrast de doos. Er zat een fles champagne in met twee grote glazen. "Maar..wat heb ik daar aan..?" stamelde hij. Ahmed liep naar de deur, gooide hem wagenwijd openen liep naar buiten. Even later reed hij een rolstoel naar binnen met zijn vrouwtje Marie! Jacob kon zijn geluk niet op en omhelsde haar liefdevol en begon, op zijn manier, een rondedansje te maken.

De fles werd met een knal geopend  en  in no-time was de bodem in zicht, glimlachend gadegeslagen door Ahmed. "Ik vond het geweldig," zei Jacob, "maar hoe laat breng je haar weer terug?" "Ik breng haar niet terug hoor, ze mag hier blijven en ik betaal voor de rest van haar leven de verzorging, hier bij jou Jacob!"

 

Ik wens iedereen geweldige kerstdagen en een bijzonder gelukkig 2018 toe.

 

 

 

Mannenleed..

Het was druk op het terras in Dordrecht, het mooie weer had de liefhebbers van de oude binnenstad gepaaid om hier een biertje of een wijntje te komen drinken, om daarna een beetje wazig aankopen te gaan doen waar ze nog jaren spijt van zullen hebben. Mijn vrouw en ik zaten aan tafel veertien, dat weet ik want er stond een bordje op dat daar geen twijfel over liet bestaan. Voor onze tafel zaten twee mannen, die in rap tempo hun lichaamsvocht op peil zaten te houden. Ik schatte  ze op een jaar of vijftig. De dikste van de twee had zijn arm in een mitella en keek daar een beetje slachtofferig bij.

Er kwam een ouder echtpaar aangefietst, beiden dezelfde geruite zijtas aan de eveneens dezelfde lage-instapfiets, inclusief de onvermijdelijke gele regenjasjes en halfkorte broeken. Ze kwamen naast ons zitten en wensten ons goede middag. Ook goede middag. 'Henk is sinds vorige week met pensioen', zei ze ongevraagd tegen mijn vrouw. 'Jaap ook bijna hoor', zei mijn vrouw op de vergelijkbare toon van een moeder die overdreven trots op haar kind is. 'Ja, en Henk is zo behulpzaam hé, hij staat 's morgens om zes uur op om de vaatwasser leeg te halen, te stofzuigen en ontbijt klaar te maken. Daar ben ik natuurlijk erg blij mee!' Mijn vrouw kreeg een bepaalde twinkeling in haar ogen, veroorzaakt door de romantische tekst van haar tijdelijke buurvrouw.

'Goh, is dat de traumahelikopter?', zei ik geschrokken in de lucht wijzend naar een klein vliegtuigje, om even een ander onderwerp aan te snijden, want uitspraken die mijn vrouw op verkeerde ideeën kunnen brengen moet je angstvallig mijden vind ik.

De mitellaman maakte ook geluid: 'Kijk, nu heb ik er niet zo'n last van hoor, maar 's nachts wel, dan steekt het. Komt door die mitella, die kan ik 's nachts niet omhouden. Dat heeft geen zin.' 'Nee,' zei de andere man, 'dat heb ik met mijn been, overdag valt het mee, maar 's nachts moet ik hem recht overeind steken. Omdat dat lastig is, mijn vrouw wil dat been niet de hele nacht vasthouden, heb ik een katrolletje aan het plafond gemaakt met een koordje er doorheen en dat knoop ik dan aan mijn enkel. Zo hijs ik dat been dan omhoog, gemak dient de mens en 's morgens laat ik hem dan weer zakken.' 'Heb ik ook,' zei de mitella, 'nu doe ik het tegenwoordig zo: zodra ik ga liggen dan hang ik mijn arm naast het bed en slinger er een beetje mee.' Hij stond op en ging op de terrastafel liggen en liet zijn arm bungelen, net zoals in bed. 'Nu voel ik niks meer hoor!'

Maar omdat terrastafels gemaakt zijn om koffie of thee op te zetten, en niet om het gewicht van dikke mannen met gekwetste armen te dragen, begaf de tafel het en met een luide plof belandde hij op op de grond. De mannen hadden ineens geen trek meer in hun biertjes en liepen geschrokken een pijnlijke nacht tegemoet.

'Nou ja!, zei de vrouw naast ons, 'dat komt door dat gezuip natuurlijk, dat zou Henk nooit doen. Henk gaat 's avonds een lange wandeling maken door de stad, en omdat hij al vijfenzestig is, is hij nogal eens duizelig van dat gewandel en heeft hij 's morgens hoofdpijn, en dan gaat hij naar bed.'  "Ik ben duizelig van dat gewandel, ik ga naar bed.", zegt hij dan, en dan gaat hij naar bed.

 

 

Moordvakantie

 

Het is weer vakantietijd en dan krijg ik altijd weer mail van kennissen uit landen waar het kennelijk goed toeven is, omdat daar de zon wél schijnt. In dit geval kwam de mail van Henk en Klaartje. Henk en Klaartje wonen in een huis tegenover ons en wilden naar een vakantiewoning waar wij vorig jaar ook zijn geweest, St. Croix de Ville in zuid-west Frankrijk, waar we een vakantiehuis hadden gehuurd van een vrouw die niet blij was met alwéér een Nederlands gezin.

Ha die buurtjes,

Bedankt voor de tip voor dit huisje! Tjonge, tjonge, wat hebben we het naar ons zin, aardige buren en mooi weer en een mooie omgeving. Omdat ik gisteren jarig was kreeg ik van Henk een flesje echte Franse parfum cadeau, Chanel uiteraard. dat heeft hij gekocht bij de plaatselijke boetiek, in combinatie met een krat bier, dan kreeg hij de krat met korting. Ik begon natuurlijk gelijk met dit spul over mijn hand te wrijven en er eens lekker aan te ruiken, maar dat mocht niet van Henk. 'Nee', zei Henk, 'die verkoopster zei dat je ermee moest wapperen, en daarna pas ruiken.' Tja, en Henk is een talenwonder, hij heeft veertig jaar geleden een Frans woordenboek gekocht, dus hij zal ze wel goed hebben verstaan, denk ik.

Wisten jullie trouwens dat een paar dagen nadat jullie zijn vertrokken twee lijken zijn gevonden in het huisje? Wel verdacht  natuurlijk. Die mensen lagen - helemaal onder het bloed -  in het tweepersoonsbed. Die hebben daar blijkbaar een paar dagen gelegen, want de vliegen krijgen er nu nóg niet genoeg van! Wat hebben we gelachen zeg. We mochten toen een paar dagen ons huisje niet in, begrijpelijk, want er moest onderzoek worden verricht door de politie. Spannend hoor, om in datzelfde bed te slapen. Gelukkig is de boel weer opgeruimd, maar ik moest wel jullie namen en adres doorgeven van de politie. Henk heeft dat weer geregeld, dus waarschijnlijk komt er vandaag of morgen iemand bij jullie aan de deur om daar vragen over te stellen. God, wat hebben we gelachen!

Oh ja, eergisteren werden we uitgenodigd om iets te komen drinken bij de buren, ook aardige mensen, maar ze waren het Nederlands niet echt machtig. Gelukkig verstond Henk ze wel en vertaalde hij het voor mij. We mochten alle beschikbare drank gebruiken, zoveel als we wilden. Nu kennen jullie Henk wel natuurlijk, hij weet geen maat te houden, en was al na zijn veertiende glas pernod wazig en moest ernstig pissen. Dat zei hij dan ook:  'Ik moet ernstig pissen'. Alleen was er geen wc te vinden. Ik ben maar met hem meegelopen maar vond alleen een grote dampende ketel, waarvan alleen de geur al aan een toilet deed denken. Er brandde ook een vuurtje onder, blijkbaar is dat hier de gewoonte. Daar heeft Henk toen maar in gepist.  Opgelucht gingen we terug naar de tuin waar we later op de avond bouillabaisse zouden eten, een echt Frans visgerecht, waarin heerlijke zeedieren zijn verwerkt. We hebben daar heerlijk van gesmuld, hoewel het een beetje zoutig smaakte, maar dat zal wel aan de zee hebben gelegen, denk ik.

De buurman is echt een aardige man, hij vond het nodig dat er naar aanleiding van die twee brute moorden toezicht moest worden gehouden, en dat hij dat voor zijn rekening zou nemen. Daarom kwam hij elke nacht een paar keer door het slaapkamerraam kijken, verrekijker aan een koordje om zijn nek, of er geen misdaden plaats zouden vinden. Daar waren we uiteraard blij mee, wat een geweldige man!

Nou, dan zie ik jullie wel weer in Nederland, als jullie nog niet vastzitten tenminste! Hahahaha!

De groetjes van Henk en mij.

 

 

Neus

´´Meneer, u kunt dáár even plaats nemen,´´ zei het apothekersmeisje tegen mij, wijzend op een paar versleten stoelen, ´´Dan maak ik uw recept klaar,´´ ging ze glimlachend verder.

Ik schatte haar op een jaar of vijftien. Dat kon natuurlijk niet, maar ik schat altijd verkeerd en op mijn leeftijd is iedereen een kind. Ik ging zitten naast een man van mijn leeftijd. Hij had een krant onder zijn arm geklemd en keek een beetje nors voor zich uit.

´´Moet jij ook al wachten?'' zei hij. ''Ik zit hier al dik een kwartier en er gebeurt weinig. Kijk, ik heb pijn in mijn neus, er zit een bult in.'' Hij boog zijn hoofd opzij en boog voorover, zodat ik in het roze interieur van zijn neus kon kijken. Er zat inderdaad een bult. ''En nu?'', vroeg ik meelevend. ''Nu moet ik tweemaal per dag iets in mijn neus spuiten. Op dat spul zit ik nu te wachten.''

Er vloog een hinderlijke vlieg rond, die telkens pesterig op iemands hoofd ging zitten, en na het handenwapperen van de getroffene middelvingeropstekend wegvloog. Lekker puh!

De deur ging open en er verscheen een man op het toneel, geheel in de lange lappen en met een gebreid mutsje op, hoewel het buiten een graad of dertig was, gecompleteerd door een lange peper en zoutbaard. Hij werd gevolgd door een dikke voortwaggelende vrouw, eveneens goed in de kledij en met een stemmig zwarte hoofddoek.

De man met het mutsje moest ook wachten en ging naast de neusbult zitten. ''Moet jij ook al wachten?'', vroeg hij aan de wollen mutsdrager. ''Kijk'', zei hij, ''Ik heb een bult in mijn neus.'' hij boog voorover en liet de binnenzijde van zijn neus zien. De man schrok hier zichtbaar van en riep de lappenvrouw erbij, in een voor mij onbegrijpelijke taal. Ze kwam ook even kijken, maar kon het blijkbaar niet goed zien. Ze gebaarde de man met de gehavende neus om op de grond te gaan liggen, en dat deed hij. Ze trok zijn neusgat iets wijder open en staarde naar binnen.

Het werd steeds drukker in de apotheek en ik had nog steeds mijn medicijn niet en de man op de grond ook niet. Nu wilde iedere binnenkomer de neus weleens bekijken, maar omdat het een beetje oncomfortabel lag op de harde vloer, hebben ze er maar een kussen bijgehaald en onder zijn hoofd gelegd. Terwijl hij daar lag te exposeren, riep het meisje dat zijn neusbultenspray klaar was, maar hij had inmiddels een groot publiek, die allemaal het gehavende lichaamsdeel wilden zien.

De vlieg zag zijn kans schoon om plaats te nemen op de neus van de platliggende bultneus. De vrouw van de baardman zag dit, greep de krant onder zijn arm vandaan, rolde hem op, en gaf een enorme dreun op zijn neus.

´´Meneer Jansen, uw neusspray is klaar! Meneer Jansen!´´, riep het medicijnenmeisje, ´´Meneer Jansen!´´

 

copyright (C) Jaap van der Waal 2017

info@jvanderwaal.nl